• NL
  • ENG
  • Home
  • Boeken
  • Publicaties
  • Po√ęzie
  • Nieuws
  • Biografie
  • Links

  • Biografie Tonko Brem-Antoon Van den Braembussche


    In 1963, op 18-jarige leeftijd, begon ik poëzie te schrijven. Vrijwel meteen maakte ik deel uit van de dichtclub Dageraad, die onder de dynamische leiding van Guido Van Rie, mijn toenmalige leraar Nederlands aan het Sint-Vincentiuscollege te Eeklo, was ontstaan. Deze dichtclub gaf ook een  gestencild tijdschrijft uit, Jonge Stem. In dit tijdschrift publiceerde ik onder het pseudoniem Tonko Brem aan de lopende band gedichten, die tijdens memorabele samenkomsten in het Heldenpark te Eeklo luidop werden gelezen en uitvoerig werden bediscussieerd. Dit was eigenlijk een ideaal platform voor mij als jonge dichter. In een unieke recensie uit 1968 over het tijdschrift Jonge Stem, doet een recensent zijn beklag over het studentikoze niveau van dit tijdschrift, maar hij besluit betekenisvol:
    “Tonko Brem nochthans steekt met kop en schouders uit boven zijn collega's. In het oerwoud van dichterlijke opwellingen, beelden en gevoelens, weet hij precies waar het om gaat in de poëzie. Moest hij wat meer wieden en zich bezinnen op de draagkracht van beeld en woord, dan geven wij Tonko Brem bepaald krediet” (De Gentenaar, december 21-22, 1968).

    Inmiddels had ik reeds een jaar eerder, meer bepaald in 1967, eveneens onder het pseudoniem Tonko Brem, een eerste bundel gepubliceerd, getiteld Ik geloof omdat ik herleefde. Deze bundel verscheen in een studentenreeks van de Universiteit Leuven en heb ik lange tijd als een jeugdzonde gezien. In elk geval was in deze eerste bundel de invloed reeds duidelijk merkbaar van de zogenaamde experimentele poëzie, die in de jaren vijftig en zestig een hoge vlucht nam. Meer in het bijzonder was er de invloed van dichters als Lucebert, Paul Snoek, Hugo Claus, Hans Andreus en Hans Lodeizen.

    In 1969 behaalde ik de Jongerenprijs voor poëzie van de stad Eeklo met het gedicht Een kamer, dat later zou verschijnen in de bundel Liefdesverklaring.

    Eveneens eind jaren zestig maakte ik deel uit van de hippie-scene in Leuven. Als dichter onderging ik toen heel sterk de invloed van Antonin Artaud, de Beat Generation en Zen-Boeddhisme. In 1969 verscheen op affiche het ietwat monumentale gedicht  E=mc2. Op deze affiche stond links een grote science fiction-achtige cartoon van Dirk vom Berge, terwijl links allerlei aantekeningen stonden van Walter Declerck, die heel erg geïnspiereerd waren door de toenmalige sterk in opkomst zijnde New Age. Er verscheen van deze affiche ook een Engelstalige en Franstalige versie. De Engelstalige versie werd door het Living Theatre verspreid. Dit gedicht ademde de sfeer uit van de Beat Generation, met name Alan Ginsbergs beroemde Howl. Maar ook de invloed van William Burroughs liet zich gelden. In die tijd vertaalde ik namelijk The Naked Lunch van William Burroughs, een vertaling die wegens copyright-redenen uiteindelijk niet zou kunnen verschijnen.

    Mijn eigenlijke literaire debuut kwam er pas kwam in 1979 toen in de bekende Yang Poëzie Reeks Liefdesverklaring verscheen. Deze bundel droeg niet enkel de sporen van de Vijftigers maar ook van tal van buitenlandse dichters, zoals Ezra Pound, T.S. Eliot, Fernando Pessoa en Paul Eluard. De bundel werd erg goed onthaald door critici en beleefde al snel een tweede druk in 1980. Ik was toen goed op weg om een gevestigd dichter te worden. In 1979 werd ik ook redacteur van het literair tijdschrift YANG.

    Dit redacteurschap en mijn verankering in de literaire wereld waren echter van heel korte duur.  Begin 1980 werd ik namelijk als filosoof full time benoemd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, het begin van een academische loopbaan die heel veel tijd en energie opeiste. Toch bleef ik, zij het mondjesmaat en in alle stilte, poëzie schrijven in de marge van de poëziewereld. Als gevolg hiervan verschenen, nog steeds onder het pseudoniem Tonko Brem, in 1985 bij de uitgeverij Contramine In het Voorbijgaan en in 1995 bij de uitgeverij J&J Verzwegen Verleden, bundels die overigens vrij onopgemerkt bleven.

    In 2007 verscheen onder eigen naam tenslotte Kant-tekeningen, ontstaan uit een wisselwerking  met lithograaf Theo De Smedt. Deze prachtig uitgegeven bundel verscheen bij Uitgeverij P. Overigens gaf de bundel ook aanleiding tot muziek die door Erik Claeys werd gecomponeerd. Tijdens de voorstelling van de bundel in het CC Strombeek-Bever werd niet enkel door de dichter de gedichten voorgedragen, door de lithograaf de litho”s geprojecteerd, door de componist de muziek op piano begeleid, maar zong ook Amanda Engels de gedichten uit de Celan-cyclus terwijl Alessandra Coppola de voorstelling animeerde met dans. De voorstelling werd massaal bijgewoond.

    In voorbereiding is een bundel die uit een unieke kruisbestuiving bestaat met butoh-danseres Emilie de Vlam en kunstfotograaf Benn Deceuninck.

    BIBLIOGRAFIE



    Ò Onder het pseudoniem Tonko Brem:

                       Ik geloof omdat ik herleefde, Leuven, KHSV, 1967.
                       Liefdesverklaring, Gent, Yang, 19769. Herdruk: 1980.
                       In het Voorbijgaan, Gent,; J & J, 1995.
     
    Ò Onder eigen naam:

                       Kant-tekeningen, Leuven, Uitgeverij P., 2007 (cd inbegrepen)

    ENKELE PERSSTEMMEN

    Recensie In het Voorbijgaan, Antwerpen, Uitgeverij Contramine, 1985 door J. Barentsen.

    Goede gedichten van de Belgische dichter Tonko Brem (Borgerhout). Droom en werkelijkheid worden hier met elkaar verweven: afscheid van de geliefde, vlucht in het woord, teruggaan naar het kind, twijfel, en uiteindelijk het zichzelf herkennen, zijn de op elkaar volgende thema's in deze verzorgd uitgegeven bundel die werd onderverdeeld in vijf cycli, die het poëtische verhaal steeds verder uitbouwen tot er een afgerond geheel ontstaat. Dat eenvoud en poëzie vaak samen gaan bewijst dit werk dat helaas slechts in een oplage van 150 genummerde exemplaren verscheen.

    Joris Denoo over Liefdesverklaring (YANG, 92, februari 1980, blz. 118-120):
    Lees de volledige recensie van Joris Denoo hier

    Dit is meteen de zelftucht van deze poëzie: een chaos herleiden tot eenvoud, het rapporteren van de spanning tussen de konceptuele gecondenseerdheid enerzijds en een begrijpelijke parlandotaal anderzijds. Brem is een meesterlijke getuige van die spanning (...).

    Op alle terreinen lijken me deze gedichten erg grondig: formeel, semantisch, syntaktisch, ideëel. Dit zijn entiteiten waarop de maker op strenge wijze heeft geopereerd. Op ideëel vlak staat de bundel heel sterk, en dat kan van veel poëzie (die zich vormbekommerd aanbiedt) niet worden gezegd.

    Met de keuze van de titel worden we al voor schut gezet; bij nadere interpretatie (nà lektuur) blijkt “Liefdesverklaring” te staan voor 'liefdesexplicitatie, verheldering'. Een ongebruikelijke konnotatie die niet zomaar voor het rapen ligt, meteen ook een staaltje van maksimale verdichting op betekenisvlak. Het ware zelfs jammer mocht deze subtiliteit aan de ernstige lezer ontsnappen.

    In deze verzen voel ik de Vijftigerssympathie echter niet als een nostalgie-aaan-het-oppervlak aan, en het is niet fout het aura of een sfeer met mate in de eigen poëzie te injekteren. (...) In het bewerkstelligen van de eigen synthese is Brem zeker geslaagd, rekening houdenbd met zijn achtergronden waarvan de 'geestelijke diaspora' een kermerk is.

    Frank Pollet over Liefdesverklaring (Vers, jrg. 2, nr. 1, September 1980):

    Kortom: veel zware lof, maar niet onterecht vind ik. LIEFDESVERKLARING verdient gekocht, gelezen en hérlezen te worden (x 3). En de naam BREM mag stilaan ook buiten het Inteeltkringetje der Insiders bekend worden.

    Marc De Smet over Liefdesverklaring (Noodrem, 1979, 3-4, blz. 46)

    Als bedachte romanticus is hij een heuvel in wording, niet enkel zijn Rodin indachtig. Maar de verlammende dichterskoorts moet eerst verholpen.

    Guido van Rie over Liefdesverklaring (De Eeclonaar, 8-6-1979):

    Wie zijn gedichten leest zal meteen de vertrouwde stem herkennen van de zachtzinnige dichter, verwonderend zoekend in een verworden wereld naar 'een te worden schoonheid' en vergeten tederheid.

    Rudy Vanschoonbeek over Liefdesverklaring (tMuzet, juni 1980, blz. 24-5)

    Deze bundel treft in zijn sekure woordgebruik. Tonko Brem heeft een uitgebreide woordenschat, en weet de dingen die hij wil zeggen mooi en sober te zeggen, gewikt en gewogen. Zijn gedichten zwemen naar het barokke toe, maar nooit zo dat de eenvoud van uitdrukking eronder zou lijden.
    LIEFDSEVERKLARING is een beloftevol debuut, want veelzijdig en toch individeel en origineel.