• NL
  • ENG
  • Home
  • Boeken
  • Publicaties
  • PoĆ«zie
  • Nieuws
  • Biografie
  • Links

  • Het weergaloze zijn

    NIET DE BETOVERING

    Niet de betovering zocht ik.
    Wel de roerloosheid
    van je handen
    op de eikenhouten tafel
    onaangeraakt
    door de snel ontblaaderde tijd.

    De tijd die danst als een gek
    Zich vooruit stuwend in de organen
    Van wind en geruis.

    De tijd die stilhoudt
    In het zenit van je vingers
    En steeds terugkeert
    In mijn ontheemde blik.

    UNHEIMLICH

    De akker blinkt in het bandeloze licht
    van het najaar.

    De paarden richten zich één na één op
    en galopperen naar het onbestemde.

    Nefertiti verkalkt je lach.

    De bomen bloeden inwendig nu
    en beken stromen purificatie uit.

    Ik ben alleen en zonder enige
    bewogenheid.

    ODE AAN DE LEEGTE

    Ademruimte die me omsluit als water.
    In en door het lichaam ben ik.
    Hier en nu aanwezig.

    Zo ben ik vervuld van schoonheid.
    Ontrafel ik het waas van illusies
    de dichte mist
    waarin gedachten heersen.

    Wat overblijft:
    het ogenblik
    dat ik op schouderhoogte ontmoet.

    De leegte die langzaam oplicht
    en even heel even
    voor eeuwig
    glimlacht.

    ZONDER WEERGA

    Stel je voor dat je plots alles
    Voor het eerst echt ziet en hoort:

    De dingen, het gezicht van je geliefde,
    Je eigen gelaat,
    De nerven in een berkenblad,
    Het beeld op het computerscherm
    Dat nazindert
    In een soort eeuwig nu.

    Wanneer het vergeten niet langer
    Aan de orde is.

    Enkel het intense, weergaloze zijn.