• NL
  • ENG
  • Home
  • Boeken
  • Publicaties
  • Po√ęzie
  • Nieuws
  • Biografie
  • Links

  • Bestel hier

    Kant-tekeningen

    Auteur: Antoon van den Braembussche
    Uitgever: Uitgeverij P
    Gepubliceerd: 2007
    ISBN: 978 90 77757 40 6



    ENKELE PERSSTEMMEN

    Elke Müller over Kant-tekeningen

    Tegen deze ‘achtergrond’ is het mogelijk om de dichtbundel aan een nadere analyse te onderwerpen in relatie tot de leeservaring. De bundel weet op vele niveaus omcirkelende bewegingen te trekken. Bijvoorbeeld in de dialoog tussen de gedichten en litho’s is sprake van Kant-tekeningen in dubbele zin: niet alleen verwijst de titel naar ‘gedichten in de marge van reeds bestaande litho’s’, maar ook naar ‘litho’s in de marge van reeds bestaande gedichten’. Beide vestigen zich materieel in en op elkaars kader. Van den Braembussche creëerde de gedichten uit het eerste deel volgens een letterlijk ‘denken en dichten in de marge’ procedé. Hij ging aan de slag met de losse kleurenafdrukken van de litho’s door woorden, clusters van woorden en metaforen die spontaan bij hem opkwamen in de ‘kantlijn’ te schrijven. Kant-tekeningen verwijst dus naar de letterlijke betekenis van het woord ‘kanttekening’. Ook in intellectuele zin. Waar Derrida een dialoog aangaat met Kant, herneemt Van den Braembussche deze dialoog op ‘parergonale wijze’ in een grotere cirkel, door ook Celan en Derrida met elkaar te confronteren. Beide auteurs zijn verankerd in de joods-christelijke traditie en delen ieder op hun eigen manier – de een dichter, de ander filosoof – het verlangen naar de verwoording van het onzegbare.
    Zie verder voor deze diepgaande bespreking hier

    Meditatie


    Eerst aan de rand van de bergrivier, in diepste bespiegeling
    Zag hij hoe gedachteloos zijn lichaam werd. Hoe langzaam,

    Langzaam woorden en beelden, uiteenstuivend als geluiden,
    Als bergmist verdwenen in zijn door stilte doorkliefde ziel.

    Zo werd hij bevrijd, vervuld van alleen maar leegte. Onvergetelijk.
    Zo onzegbaar dat elke afstand met alles om hem heen ophield.

    En steeds opnieuw zag hij naar de wolken, de berg, de wind.
    Enkel nog met de ogen kijkend, de ogen van de rivier.

    Zo werd hij tot golfslag van het klare water. Eindeloze golfslag.
    Waarin steeds opnieuw alles sterft en opnieuw geboren wordt.

    Waarin alles wegdrijft met de wolken, de verwondering voorbij,
    Eindeloos als het stromend water. Anders en toch eindeloos gelijk.


    Kanttekeningen - Meditatie





    Archeologie van het onzegbare


    Als een vallende ster zoekt elke kleur koortsachtig
    De eigen vertakking, die zonder begin en einde is.

    Elke kleur spat uiteen, druipt na in het gezichtsveld
    Dat in schaduwschokken de aardlagen doordringt.

    Zo ontstaat het ultieme onderaards droomlandschap.
    Onaards. Met alle weemoed. Een blik vol herinnering.

    Onnavolgbaar als het grijsblauw van fossiele gedaanten
    Waarin de ziener zich spiegelt in het geziene.

    En zie, dan pas merk je hoe jijzelf als kleur aaneenklit:
    Versteend op dat ene, willekeurige, toevallige ogenblik.

    Wanneer alles stil is en toch beweegt:
    Bladstille wereld, die alleen nog verwondering is.

    Kanttekeningen - ArcheologieVHonzechtbare





    Grotschildering


    Ofschoon oeroud, toch is elk gelaat hier en nu aanwezig.
    En bijt elke beeltenis zich in je vast. Over de eeuwen heen.

    Bijt als vanouds de intensiteit als terpentijn op de ziel.
    Als balsem omheen een lang vergeten. Okerkleurig. Sereen.

    Zo stuit je door tot in de oerlagen van het bewustzijn.
    In het donker rondtastend naar wat de tijd verloor aan

    Herkenning. Aan een andere vorm van zien en zijn.
    Al ziende liefhebbend als een hardop dromend dier.

    Al zijnde denkend als een denker die gedachten allengs
    In klei bewerkt en tussen hemel en aarde plaatst.

    Her- en derwaarts is er een teveel aan spreken, zegt men.
    Maar zie, hier is in stilte gegrift wat onuitsprekelijk is.

    Kanttekeningen- Grotschilderingen





    Vergezicht

    In de verte trekt de kleur weg uit het vergezicht.
    Uit de aders van je gezicht vol licht. Oeverloos.

    Hiervandaan naar elke berghut, elk bergplooi,
    Verken ik de lucht en het landschap van je lichaam.

    Zonder ooit een eindpunt te bereiken. Zonder ooit
    De echo te vinden die in je juichkreet weerklonk.

    Hemelhoog, daarginds, waaromheen je verdriet
    Als een langzame, eenzame, onnavolgbare rivier

    Naar het verdwijnpunt van de einder stroomt.
    Nee, nooit zal ik zwijgen, mijn kleurenvrees bezweren.

    Steeds zal ik met de eindeloze vingers van mijn blik
    Naar je op zoek gaan, je aanraken, zij het even maar.


    Kanttekeningen - Vergezicht